Thuis arrow Preek van de week
Samen op Weg Kerkgemeente Edam-Volendam
Preek van de Week

Zondag 11 juli 2010 
ds. Engele Wijnsma
  

 

Leven met een publiek geheim

‘Hoe kan ik voor altijd gelukkig zijn?' Die vraag wordt op een dag aan Jezus gesteld. Notabene door een Farizeeër. Iemand die de Bijbel kent, door en door, van binnen naar buiten en weer terug. ‘Hoe kan ik voor altijd gelukkig zijn?'  Weet u het antwoord? Ik denk dat we dat antwoord allemaal wel kennen.

En om uw geheugen een beetje op te frissen begin ik met een kort verhaaltje. Een meisje van drie, het had mijn dochter kunnen zijn, een meisje van drie liep maar te rennen door de tuin. En met dit prachtige weer was dat een vermoeiende arbeid. Waarom ren je zo? zei vader. Ik wil de vlinders vangen, riep het kind terug. Inderdaad waren er prachtige vlinders in de zonnige tuin. Dat moet je niet zo doen, zei vader. Vlinders vangen doe je door heel rustig te blijven zitten. Het is net als met geluk. Hoe meer je het najaagt, hoe meer vlinders en geluk aan je ontsnappen. Mara ls je ophoudt en je  aandacht op andere dingen richt, dan komt het naar je toe. Het meisje van drie begreep die moeilijke woorden van vader niet, maar ze ging toch uitgeput zitten op dr nieuwe stoeltje. Ze had nog geen slok limonade gedronken of er daalde een vlinder teder op haar knie.

Lieve gemeente, het is een publiek geheim. Hoe meer je geluk najaagt, hoe meer het weet te ontsnappen. Maar wat kun je dan wel doen met je leven, zonder alleen maar op een stoel te zitten in de zon? Daarover gaan de Bijbellezingen van vandaag.

Maar laten we eerst bidden:

Inleiding op Deutronomium 30 : 9-14

Ons landelijk leesrooster neemt ons vandaag mee naar het Bijbelboek Deuteronomium. Dat betekent letterlijk: De Tweede Wet. Het boek stamt uit de 7e eeuw voor Christus en kent een grappige geschiedenis. In die 7e eeuw bestond er een wirwar van geloofsvoorstellingen in Judea. Mede geïnspireerd door de verschillende invloeden van andere volken met wie Judea bevriend was. Je kreeg dus allerlei mengvormen van godsdienst en over schoten tempeltjes en heilige plaatsen als paddenstoelen uit de grond. In diezelfde tijd bedreigden Assyrische legers de hele regio. Als reactie op die dreiging wilde Koning Josia de eenheid van het volk stimuleren en dat betekende voor hem ook eenheid van de religieuze cultus. Heidense invloeden werden geweerd en de Tempel van de Eeuwige kreeg weer de centrale plek.  Heel toevallig op dat moment vond Hilkia, de hogepriester op de zolder van de tempel een wetrol van de Thora, die volledig overeenstemden met de hervormingen die Koning Josia wilde doorvoeren. Heel toevallig! En ben ik te argwanend, als ik vermoed dat de inkt net droog was.

Hoe dan ook: het is wel een heel mooi boek, Deuteronomium. En ik lees u er een passage uit voor en dat doe ik uit de Naardense Bijbel, die is bij dit boek stukken beter en mooier dan alle andere vertalingen die ik ken:

 

Overladen zal hij je, de Ene, je God,
   in elke daad van je hand,
in de vrucht van je schoot,
   in de vrucht van je vee
   en in de vrucht van je bloedrode grond,
   ten goede,-
omdat de Ene zal terugkeren
naar plezier over jou, ten goede,
zoals hij plezier heeft gehad in je vaderen
Omdat je gehoor geeft
aan de stem van de Ene, je God,
door zijn geboden en zijn inzettingen
   te bewaken,
al wat geschreven staat
in de boekrol van deze Wet;
omdat je terugkeert tot de Ene, je God,
met heel je hart en met heel je ziel!
••
Want dit gebod
dat ik je heden gebied:
het is niet te wonderlijk voor je
en niet te ver weg is het;
niet in de hemelen is het,-
om te zeggen
'wie zal voor ons opklimmen ten hemel,
   het voor ons halen
en het ons doen horen,
   zodat wij het kunnen doen?';
niet aan de overzijde van de zee is het,-
om te zeggen
'wie zal voor ons oversteken
   naar de overzij van de zee,
   het voor ons halen
en het ons doen horen,
   zodat wij het kunnen doen?';
nee, zeer dicht bij je is het woord:
in je mond en in je hart,
   zodat je het kunt doen!
••

Inleiding op 1 Timotheus 3 : 1-16

Deze zomer staat Paulus' brief aan zijn vriend Timotheüs op het leesrooster. Wie was Timotheüs ook al weer?  Zijn naam betekent: ‘ de Godvruchtige. Oftewel: een mens met zo'n geloofsvertrouwen, dat het vruchten draagt. Iemand aan wie je kunt zien dat hij leeft vanuit zijn geloof en daar ook naar handelt. Een mooie naam dus, die Timotheüs waarschijnlijk aan zijn moeder Eunice te danken heeft. Deze Joodse vrouw was getrouwd met een Griek, een man die zich religieus thuis voelde bij de godenwereld van Zeus en Hera. De familie woonde in de Griekse stad Lystra, in het zuiden van het huidige Turkije. Kennelijk ging Timotheüs regelmatig met zijn moeder naar de synagoge, want daar ontmoet hij de apostel Paulus, die dan net begonnen is met zijn tweede reis door de Griekse wereld. Paulus is zo onder de indruk van de integriteit en het enthousiasme van de jonge man, dat hij Timotheüs vraagt om hem te vergezellen. Uiteindelijk worden het hele goede vrienden en vergezelt Timotheüs Paulus vaak op zijn reizen en blijft regelmatig achter in steden, wanneer Paulus verder trekt. Timotheüs is da degene die helpt om de nieuwe kerkgemeenten vorm te geven. Tenslotte wordt hij de vaste leider van de gemeente in Efese, in het huidige Turkije. En over die periode gaat deze brief. Een brief waarin Paulus een briefing geeft, advies geeft aan Timotheüs waar deze op moet letten in die jonge kerk van Efese. Luister maar:

Het is een waar woord: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven.

2  Een opziener moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd, gastvrij en een goede leraar zijn.
3  Hij mag niet te veel drinken of driftig zijn, maar hij moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig.
4  Hij moet zijn huisgezin goed leiden en op een waardige manier gezag over zijn kinderen uitoefenen.
5  Als iemand geen leiding kan geven aan zijn huisgezin, hoe zou hij dan voor de gemeente van God kunnen zorgen?
6  Hij mag ook niet iemand zijn die net bekeerd is; anders raakt hij verblind en valt hij ten prooi aan de duivel.
7  Verder moet hij buiten de gemeente een goede reputatie hebben, zodat hij niet in opspraak komt en door de duivel wordt gestrikt.
8 Ook een diaken moet zich waardig gedragen. Hij moet oprecht zijn, mag niet overmatig veel wijn drinken en niet hebzuchtig zijn;
9  hij moet vasthouden aan het mysterie van het geloof, met een zuiver geweten.
10  Ook hij moet eerst op zijn geschiktheid worden getoetst; pas daarna, als blijkt dat hij een onberispelijk mens is, kan hij zijn dienst verrichten.
11  Dit geldt ook voor de vrouwen: ook zij moeten zich waardig gedragen, ze mogen niet kwaadspreken en moeten sober en in alles betrouwbaar zijn.
12  Een diaken mag maar één vrouw hebben en moet goed leiding geven aan zijn kinderen en zijn huisgenoten.
13  Degenen die hun dienst goed verrichten, verwerven aanzien en kunnen door hun geloof in Christus Jezus vrijuit spreken.
14  Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles
15  voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid.

En dan eindigt deze passage met een doxologie, een lofprijzing. En die lees ik voor uit een vertaling van professor Maarten den Dulk:

Hij die een publiek geheim werd bij de mensen

Kreeg krachtens de Geest het volste vertrouwen

Om dat te zijn.

Hij die aanzien kreeg bij de engelen,

Werd daardoor algemeen bekend onder de volken.

Hij die een vertrouwde verschijning werd

In de huidige wereld

Kreeg aandeel aan de heerlijkheid van Gods rijk.

Gemeente van onze Heer,

Ik zat deze week even op het terras met een heerlijk biertje. En dan komt er een momnet waarop de ober onverwachts voor je staat met de vraag: ‘Wilt u nog wat drinken?' En dat moment herkent u misschien ook wel bij u zelf: Je denkt heel even na en neemt dan een besluit. Toen ik een jaar of 20 was, duurde dat momnet maar heel kort: Zet er nog maar 1 bij. En niet zo'n kleine, alsjeblieft. Maar vanaf mijn dertigste duurt dat moment tussen vraag en antwoord steeds iets langer. Het is immers publiek geheim, dat een tweede vaak ook een derde wordt. En als je dag nog wat moet doen, dan komen een paar biertjes je concentratie vaak niet ten goede. Toch antwoordde ik de ober: nog eentje dan. Maar dan wel meteen afrekenen. Had ik voor mezelf meteen een grens gesteld.

Vlinders vangen, bier op het terras, in onze levenservaring ligt heel wat praktische kennis besloten. Zelfs als het gaat om de grote dingen in het leven. Bijvoorbeeld dat je nooit je leven moet laten bepalen door angst. Dat je je kinderen ruimte moet geven. Dat vriendschap en liefde niet bestaas zonder er in te investeren. Dat je werk belangrijk mag zijn, maar niet je leven moet beheersen. Heel veel publieke geheimen en toch zijn er altijd weer momenten, waarop we dat allemaal ineens vergeten zijn. Dat we handelen of dingen zeggen tegen beter weten in. En het teleurstellende is, dat oudere mensen daar niet beter in zijn dan jongere. Misschien dat ouderen -door schade en schande wijs geworden-  een aantal dingen wel slimmer doen dan vroeger, maar de basishouding blijft hetzelfde. Ook ouderen laten zich regelmatig leiden door angst. Bemoeien zich tot met het privé-leven van hun kinderen

Investeren ook niet altijd in vriendschap en liefde etc. Het teleurstellende is dat -hoewel publiek geheim- we heel veel wijsheid laten voor wat het is. Zowel ouderen als jongeren. En is dat erg? Ach...jammer is het wel. Want je snijdt je zelf in de vingers. Zonde is het wel, zoude Bijbel zeggen, want je leven had veel rijker en gevulder kunnen zijn. Je zou je zo veel gezegender kunnen voelen, wanneer je je belangrijke wijsheden eigen zou maken. Zo eigen dat het een deel wordt van jezelf.

De afgelopen weken heb ik dit ook proberen uit te leggen aan de groepen 7 van alle basisscholen uit Edam-Volendam. Al die klassen, 12 in getal. zijn dan om beurten te gast in de Grote Kerk. Daar krijgen ze een speurtocht door het Godshuis, doen ze een spel over godsdienst, beklimmen de toren en ze krijgen een verhaal van de dominee. Meestal neem ik dan een verhaal van Jezus, waarin hij zo'n belangrijke levensles vertelt. Kinderen vinden dat leuk. En ik dacht: ik laat u vandaag eens zien hoe dat gaat. Op ons leesrooster stond vandaag namelijk nog een tekst die we niet gelezen hebben, maar die ik u ga vertellen zoals ik dat ook doe bij alle kinderen van Groep 7 uit Edam-Volendam

Er kwam een Farizeeër bij Jezus met de vraag: Hoe kan ik voor altijd gelukkig zijn? Jezus zegt: u al Farizeeer kent de Wet toch. Wat zegt de Eeuwige? Ja duuuh zegt die Farizeeer. Dt ik God lief moet hebben boven alles en mijn naaste als mezelf. Dat we ik wel, maar wie is nauw mijn naaste? En dan vertelt Jezus een verhaal. Een verhaal, maar dan in deze tijd. Er was eens een man die wandelde van Edam naar Volendam. En hij liep over de Dijk, die kennen jullie toch wel. Die hoge Dijk aan het IJsselmeer. Plotseling komen er twee rovers aan en die pakken hem va achter vast. Ze geven hem eens tomp, pakken zijn I-pod af en zijn portemonnee. Vervolgens geven ze hem een klap. De manvalt op de grond, rolt de helling af, op die grote stenen onder bij het water. Allemaal bloed, helemaal versuft. Maar gelukkig hij hoor voetstappen. Voetstappen uit de richting van Edam. Hij roept: help, help, help. En die Eammer kijkt naar beneden, ziet die man liggen en al dat bloed. E wat doet hij? Hij loopt door. Die laffe hond. Veel te bang, dat ook hij beroofd wordt. En even later drinkt hij koffie op de Dijk.

Dan wordt het stil. Heel stil, maar heel in de verte...daar komen weer voetstappen aan. Dit keer uit de richting van Volendam. Weer roept de man: help, help, help! De Volendammer kijkt naar beneden. Ziet die man liggen met al dat bloed. En wat denk je? Helpt ie hem? Ne, die laffe hond. Veel te bang dat hij ook in elkaar wordt geslagen. Hij loopt door en even later drinkt hij koffie bij het Damhotel.
Wat moet die man nou, liggend op die grote stenen aan het water. Gelukkig hij hoort wer voetstappen. Wie zou er nu aakomen, denk je? Een Marokkaan. En wat doet dei Marokkaan? Die loopt naar beneden en zegt: Mijn God , wat is hier gebeurd. Nee, zeg maar niks.  Ik breng je naar ons ziekenhuis, Waterland-Oost en daar zullen ze je verder helpen. Even later loopt de Marokkaan in de richting van Volendam met de beroofde man, zittend op de bagagedrager van zijn fiets.

Wat denkt u, zei Jezus? Wie was de naaste van die man die in elkaar werd geslagen en beroofd. De Farizeeer kon het woord Marokaaan niet over zijn lippen krijgen en antwoordde: de man die hem geholpen heeft. Precies, zegt Jezus. Als je in dit verhaal snapt wie je naaste is, dan zul je in de rest van je leven ook weten wie je naaste is. Doe als de Barmhartige Marokkaan!

Het blijft een mooi verhaal! Maar ook dit is weer zo'n typische wijsheid, zo'n publiek geheim: Het gaat er in je leven niet om of je een Edammer bent, een Volendammer of een Marokkaan. Waar het om gaat is, wat je betekend hebt voor een ander mens. We weten best hoe deze wereld anders kan worden. We weten best hoe we ons voor altijd gezegend kunnen weten. Het teleurstellende is echter dat -hoewel publiek geheim- we heel veel wijsheid laten voor wat het is. Zowel ouderen als jongeren. En is dat erg? Ach...jammer is het wel. Want je snijdt je zelf in de vingers. Zonde is het wel, zou de Bijbel zeggen, want je leven had veel rijker en gevulder kunnen zijn. Je zou je zo veel gezegender kunnen voelen, wanneer je je belangrijke wijsheden eigen zou maken. Zo eigen dat het een deel wordt van jezelf. En het boek Deuteronomium onderstreept dat vandaag nog eens: Liggen Gods bedoelingen soms in de hemel, dat we eerst moeten wachten totdat er iemand terug komt om het ons te vertellen? Nee, Gods bedoelingen zijn hier al lang bekend. Liggen Gods bedoelingen soms aan de andere kant van de zee, dat we eerst moeten wachten totdat iemand het water heeft overgestoken om ze te halen? Nee, Gods bedoelingen zijn hier al lang bekend. Daarom is er maar één goede manier die werkt:

Geef gehoor aan de stem van de Ene, je God,
Keer in je hart terug tot de Ene, je God,
met heel je hart en met heel je ziel!

En niet als loos praatje natuurlijk, maar met hart en ziel. En de rest zal u gegeven worden bovendien. Letterlijk staat er in Deuteronomium

Overladen zal hij je, de Ene, je God,
   in elke daad van je hand,
in de vrucht van je schoot,
   in de vrucht van je vee
   en in de vrucht van je bloedrode grond,
   ten goede,-
omdat de Ene zal terugkeren
naar plezier over jou, ten goede,
zoals hij plezier heeft gehad in de generaties voor jou.

Is het zo simpel? Ja, zo eenvoudig is het om voor altijd gelukkig te zijn. Of in Bijbelse termen: je voor altijd gezegend te weten. Niet dat pijn en verdriet je dan gespaard blijven. Helaas niet! Maar dan mag je wel weten, dat je dat verdriet gedragen wordt en je niet alleen staat.

Overladen zal hij je, de Ene, je God,
in elke daad van je hand,
in de vrucht van je schoot,
in de vrucht van je vee
en in de vrucht van je bloedrode grond, ten goede,-

En nu denk je misschien ik: wat moet ik nog met kinderen? Of met vee en en met oogst? Ik heb geen boerderij. Dat zijn allemaal symbolen voor ‘toekomst-hebben'. Dus je zou ook kunnen vertalen: God zal je overladen in elke daad van je hand, opdat je toekomst zult hebben. Ook als het lijkt, dat je wereld instort, toekomst zal de eeuwige je geven.

En dan Timotheus. Hoe kan een gemeente voor altijd gelukkig zijn? Hoe kan een gemeente zich gezegend weten? Dat kan als er wijze leiders zijn. En dan maakt Paulus onderscheid tussen Opzichters en Dienstbaren. Opzichters, episkopoi: dat zijn bij de katholieken de bisschoppen geworden. Bij ons protestanten: de ouderlingen. En de dienstbaren, Diakonoi, dan kun je natuurlijk denken aan onze diakenen, maar dienstbaren dat zijn eigenlijk alle mensen die een taak hebben van dienstbetoon. Zij die anderen belangenloos bezoeken, Hij die de klok luidt, Zij die de liturgieën verzorgt of de bloemen voor de dienst. Als iedereen zij of haar taak serieus neemt, dan zal een kerkelijke gemeente zich gezegend weten.

Paulus noemt trouwens een paar voorbeelden van voorbeeldig gedrag, die wat uitleg behoeven. Niet te veel wijn drinken: nou daar hebben we het al over gehad met mijn voorbeeld van het terras. Het is publiek geheim, dat een tweede vaak ook een derde wordt. En als je dag nog wat moet doen, dan komen een paar biertjes je concentratie vaak niet ten goede.

Maar in het oog spring ook de eis: je mag slechts 1 partner hebben. Kennelijk was dat en item in die tijd, anders was Paulus er niet over begonnen. En de reden daarvoor is volgens mij: intimiteit en vertrouwen. Als je geleerd hebt hoe kostbaar en kwetsbaar intimiteit zijn en vertrouwen, dan kun je daar ook mee omgaan in gesprekken met anderen. Intimiteit zijn en vertrouwen, dat leer je het best in een relatie, 1 op 1.

En tenslotte: vasthouden aan het mysterie van het geloof. Een houding van geloof laat alle bestaande visies in het midden en velt geel oordeel over de geloofsbeleving van een ander. Vasthouden aan het mysterie, dat is waar het in het geloof om gaat. Vandaar ook die sneer naar pasbekeerden. Ik citeer: Deze leider mag ook niet iemand zijn die net bekeerd is; anders raakt hij verblind en valt hij ten prooi aan de duivel. Nieuw bekeerden menen vaak dat ze ineens de wijsheid in pacht hebben, nadat ze het licht hebben gezien. Niemand heeft de waarheid in pacht. Wij moeten juist vasthouden aan het mysterie van het geloof.

Hoe kan ik voor altijd gelukkig zijn? Hoe weet ik me voor altoos gezegend? Vertrouw op God en vergeet nooit, dat de Eeuwige en weg met jou gaat ten leven. En maak je eigen al die wijsheden, waarvan we zeggen: het is publiek geheim. Ik zou beter kunnen weten! Zonde, als ik die kans laat lopen.

Amen

 

 
< Vorige   Volgende >
Copyright © 2002-2010 "Kerkgemeente Edam". Alle rechten gereserveerd. V 2.5
Powered by LocutusWeb.