|
Preek op 20 november 2011 door
Ds Annemike van der Meiden, Purmerkerk
Doe meer dan kijken . . . merk op
- Inleiding
Over het ‘zien’ wil ik het vamorgen met u hebben.We gaan het hier níet hebben over zien in biologisch opzicht.Of het zien volgens de wetten van de natuurkunde.U hoeft dus niet bang te zijn voor woorden als iris, netvlies, prisma enzovoort.Ik zou het misschien wel kunnen, want ‘ogen’, ‘het kijken’ is een boeiend onderwerp. Het was overigens het enige onderdeel in de natuurkunde op de middelbare school, dat me iets zei, waar ik iets van snapte en dus ook een redelijk cijfer voor haalde!Maar dat is lang geleden. Dus we gaan vanmorgen niet ‘in de ogen kijken’.We gaan juist kijken hoe we mét die ogen kijken.En kijken is één ding. Zien is een tweede.Dat is dan weer een troost voor een aantal mensen onder ons, en dat zijn er nogal wat, die wél in biologisch opzicht last hebben van hun ogen. Ik versta onder zien meer dan alleen maar kijken.In mijn oude poesiealbum heb ik een wijs gedichtje staan van de hoofdonderwijzer van mijn eerste lagere school. A. v.d. Vegt heette de man en hij schreef:
Doe meer dan bestaan … leef
Doe meer dan kijken … merk op
Doe meer dan opmerken … gevoel
Doe meer dan lezen … neem op
Doe meer dan horen … luister
Doe meer dan luisteren … begrijp
Doe meer dan denken … denk na
Doe meer dan praten … zeg iets
Dat is zien voor mij: een opmerkzame bezigheid, waarbij vaak een tweede zicht nodig is. Of misschien wel een derde!
- Twee kinderspelletjes: niets zien en ziende blind zijn
Om u dat onderscheid tussen kijken en zien duidelijk te maken, hoeft u alleen maar te denken aan twee kinderspelletjes.Het eerste heeft met kijken en kunnen kijken te maken, en dat is blindemannetje. Voor de mensen die niet meer weten hoe dat precies ging: één van de deelnemers aan het spel wordt geblinddoekt en rondgedraaid in een kring met mensen. Dan moet hij/zij op zoek gaan naar een van de kring en al tastend erachter zien te komen wie het is. Het is een vreemde gewaarwording om opeens bij wijze van spreken ‘in den blinde’ te moeten tasten. Ik zou zeggen: ga het maar eens uitproberen bij u thuis. Je denkt je eigen huis te kennen, maar loop er maar eens doorheen, geblinddoekt! Dat valt niet mee!En let eens op hoeveel er in deze wereld van wordt uitgegaan dat mensen kunnen zien!Dit spelletje heeft dus betrekking op het kijken.Het tweede oude kinderspelletje heeft betrekking op het zien, het kijken in symbolisch opzicht. Dat is ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’.Eén neemt een bepaald voorwerp in gedachten en de ander moet raden wat het is.Het gaat er dan niet meer om dat je alles goed kunt zien, maar dat je dát ziet wat een ander ziet, opgemerkt heeft. En het spel kan daarom ook heel lang duren: is het de koelkast, die beer, de broek van mama enz.Want wat blijkt vaak: we zitten zo vast in ons eigen gezichtspatroon, ons eigen blikveld is dus beperkt. Een ander merkt andere dingen op dan jijzelf. Zien is dus méér dan kijken.Kijken is beperkt tot wat in je eigen blikveld komt. Zien is vooral opmerken wat in het blikveld van andere mensen belangrijk is.
- De blinde dominee aan het bed van de zieke dominee
Om dat nog eens mooi te illustreren een verhaal.Ik hoorde dat verhaal alweer enige tijd geleden en heb er vreselijk om moeten lachen. Het is een verhaal over twee dominees.De één is een vrouwelijke dominee, die in het ziekenhuis ligt na een ooroperatie.Normaal zou je dan op de afdeling chirurgie terecht komen, maar omdat het daar vol is, ligt ze op de afdeling gynaecologie. De ander (in het verhaal) is de dominee van het ziekenhuis. Hij is blind.Deze blinde ziekenhuispastor gaat op bezoek bij de afdeling gynaecologie en komt aan het bed van de vrouwelijke dominee.
Zij weet niet dat hij blind is.
Hij kan niet zien dat zij een enorm verband om haar oren heeft.
U ziet het misverstand waarschijnlijk al voor zich!!!(HIJ) Heel voorzichtig vraagt hij of de ingreep zwaar is geweest en of ze man en kinderen heeft, want hij denkt waarschijnlijk aan een baarmoederoperatie. (ZIJ) Zij is een nogal felle feministe en alleenstaand, dus het gesprek verloopt moeizaam. Bovendien zit ze zich steeds kwader te maken op hem, want... er zit toch dat enorme verband om haar hoofd. Hij kan toch zíen wat haar mankeert?!!!En ondertussen heeft de rest van de zaal veel plezier, want die zien het voor zich gebeuren. En al die andere dames weten allemaal wél dat de ziekenhuispastor blind is. Uiteindelijk is het dan maar de vraag: wie ziet er het minste van de twee?En vooral dringt de vraag zich aan ons op:Als je kunt kijken, zie je dan alles wel zo goed?Word je blik, je inzicht misschien niet vertroebeld omdat je zoveel kunt zien? We gaan eens kijken naar het bijbelse zien.
- Het bijbelse zien: uitzicht op een betere wereld
In de bijbel komt het ‘zien’ veel aan bod, maar dan vooral in de symbolische betekenis. In die bijbel komen we bijvoorbeeld veel mensen tegen die visioenen hebben. Visioenen van een naderend onheil, maar ook visioenen van heil, een hoopvol zien. Zien in de bijbel heeft vooral als functie: zicht hebben op wat Gods bedoeling is met de wereld. Dat klinkt zo zwaar, wat ik bedoel is: zien hoe het beter zou kunnen of beter zal worden. Want wie goed om zich heen kijkt in deze wereld, ziet overal ellende, machtsmisbruik, ongeluk, onrechtvaardigheid en ga zo maar door.Zien is dan: uit kunnen kijken naar een betere wereld. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik las een tijd geleden een interview in Trouw met dominee Herman Wieringa. Deze ds. Wieringa heeft in de jaren zeventig een spraakmakend proefschrift geschreven over de verzoeningsleer. Hij werd er fel op aangevallen en heeft daardoor zware tijden doorgemaakt. Hij zegt dan ergens: Het was een hevige kristallisatie van geloof en twijfel. Wat geloof ik nou echt? Is dat geloof daadkrachtig genoeg? Waar berust het op? En hij heeft zijn ervaringen a.h.w. verwerkt in en boekje over de Hebreeënbrief. Daarin gaat het over dat grote verschil, die enorme kloof tussen de werkelijkheid zien en toch het geloof in een betere wereld bewaren. Ik laat hem zelf aan het woord, want hij zegt het heel duidelijk:Geloven is op zoek zijn naar een modus vivendi, naar een leefbare wereld voor jezelf en voor elkaar. De wereld waarin wij leven lijkt dat niet te zijn: leefbaar. Die heeft meer weg van een woestijn, kurkdroog, steriel en roerloos.Waarschijnlijk heb je het geloof ook te eenvoudig voorgesteld.Geloof rekent op harmonie en is niet berekend op conflicten. Je gelooft graag in de weerbaarheid, maar de weerbarstigheid is een tegenvaller. En dan beleef je het moment van de keuze. Ophouden met zoeken en rechtsomkeert maken of diep ademhalen en verder gaan. Nieuwe adem scheppen, lange adem, de langste adem.Dat is kiezen tegen het onbestaanbare heden en voor een betere toekomst. En alle kaarten op die toekomst zetten!
- Psalm 1: de rechtvaardige is arm
De vraag die Herman Wieringa zichzelf stelt is: wat stelt het geloof nou eigenlijk voor? De wereld zou er toch beter en gelukkiger van moeten worden, maar wat zie je: zelfs je eigen geloofsgenoten halen je zomaar onderuit. Er ligt ook een andere vraag aan ten grondslag: hoe het toch komt dat mensen zonder geloof het soms beter lijken te hebben dan mensen met geloof.Die gedachtengang kom je overigens in het hele Oude Testament tegen.Ook de psalmdichter van Psalm 1 worstelt met die vraag en geeft meteen ook antwoord. Hij zegt: het lijkt wel of het de mensen zonder God of gebod voor de wind gaat, maar zij zijn als kaf dat op den duur zal worden weggeblazen door dezelfde wind. De rechtvaardige is als een boom die aan het water staat, stevig geworteld in de aarde, een boom die vruchten geeft, waarvan zelfs de bladeren niet verdorren!Met rechtvaardigen worden mensen bedoeld die volgens de richtlijnen van God leven. Het opvallende is dat in de psalmen rechtvaardigen vaak in één adem worden genoemd met armen, mensen zonder veel bezit of geld.Waarom? Drie redenen:
- Rijken zijn volgens de zienswijze van die tijd vaak onrechtmatig rijk geworden, eerder door overtreding van Gods geboden dan door zijn zegeningen af te wachten.
- Velen van die rijken waren ook sponsors voor heidense godsdiensten, want je moet toch ergens met je geld naar toe. Dus zij waren het die altaren lieten bouwen en de kosten van de afgodendienst voor hun rekening namen, bij wijze van aftrekpost voor de belasting!
- En bovendien staat God bij hen op de memoriepost. Eerst wordt er gedacht aan het eigen inkomen, de slimme berekeing, relaties, netwerken, omkoopbaarheid van de rechter etc.
Maar de rechtvaardige leeft vanuit het geloof. Dat is een geheiligd leven. Het houdt in dat je je geluk, de betere wereld op korte termijn, niet kan kopen en niet kan afdwingen. Want het gaat altijd ten koste van je medemensen.En uiteindelijk ook van jezelf. Leven vanuit het geloof is worden als een boom, wortelen in de aarde.
- Deutoronomium: Mozes ziet de nood van zijn volksgenoten
Het leven van Mozes illustreert heel prachtig het verschil tussen kijken en zien.Ik zei in het begin: Kijken is beperkt tot wat in je eigen blikveld komt. Zien is vooral opmerken wat in het blikveld van andere mensen belangrijk is.Zo is het Mozes vergaan. De eerste jaren van zijn leven zijn opgegaan aan het om zich heen kijken zonder te zien. Hij groeit op aan het hof van de Farao, temidden van alle pracht en praal. Dan opeens ziet hij de ellende van zijn volk, dat wordt afgebeuld door diezelfde Farao. En ook al vlucht hij dan voor jaren naar Midjan om er een rustig leven als herder te kunnen leiden, (een soort van don’t worry – be happy leven) op dát moment dat hij de ellende ziet van zijn volk, is hij in feite al hun leider. Hij zag wat iedereen kon zien, de dagelijkse dwangarbeid van zijn broeders, zoals wij iedere dag kunnen zien hoeveel onrechtvaardigehid er op de wereld gaande is, maar hij reageerde daar ook op, hij deed er wat mee. Hij stapt op die farao af met een onverzettelijkheid die begonnen is in zijn ogen. Hij bleef die dwangarbeid, die ellendige omstandigheden voor zich zien. Dat werd de motor tot de uittocht! Dat is zien met het blikveld van de ander voor ogen!
- Deutoronomium: Mozes ziet het beloofde land
Uiteindelijk ziet Mozes het antwoord op de ellende van zijn volk: dat beloofde land. Wij zien voor ons, hoe Mozes de berg Nebo beklimt. Die berg ligt, vanuit Israel gezien, aan de overzijde van de Jordaan, iets ten noordoosten van de Dode Zee. Het is de enige plaats van waaruit je het hele dal van de Jordaan kan overzien en bij helder weer zelfs het meer van Galilea in de verte. En daar zit Mozes dan. Je zou hem haast afschilderen als een oude man met een witte baard op een berg, eventueel zo’n strooien hoedje op, kauwend op een graanstengel, turend in de verte. Hij mag het allemaal zien. Maar hij mag er niet binnengaan. Jammer, zullen sommigen zeggen, och gèrm als ze uit Brabant komen, dat is toch niet eerlijk. Dat je zo’n oude man, die jaren van zijn leven heeft opgeofferd voor dat morrende volk, met veel moeite die barre woestijntocht heeft doorstaan, vechtend tegen honger en dorst, uiteindelijk het genoegen ontneemt de vruchten van zijn inspanningen te plukken. Maar was er wel sprake van een niet mogen? Of is dat een toevoeging aan het verhaal achteraf, om een reden te geven dat Mozes het land niet is binnengegaan. De schrijver van Deutoronomium moet zich in allerlei bochten wringen om het niet betreden van Mozes van het land een gelovige oorsprong te geven. Ja, ergens in Numeri zou Mozes zijn geduld met God hebben verloren en toen mocht hij niet meer, maar ja ... wie verliest er niet zijn geduld tijdens een 40-jarige kampeertocht!Misschien is Mozes wel gewoon gestorven met het idee: ik heb het nu gezien, het is goed zo. Zoals veel mensen tijdens hun ziektebed een bepaalde mijlpaal lijken af te wachten en dan de ogen sluiten. Wie zal het zeggen... Bovendien: wie er later wel dat beloofde land binnen zijn gegaan, zijn ook daar weer ellende tegengekomen, want het geluk dat je voor ogen hebt, kan soms bij nader inzien tegenvallen.
- Marcus 8: Twee keer zien
Dat sluit nauw aan bij het verhaal over de blinde man uit Bethsaïda. Wat opvalt in het verhaal is dat die blinde man twee keer door Jezus wordt aangeraakt, voordat hij werkelijk kan zien. Sommige mensen zullen denken: het lukte zeker niet in één keer!Had Jezus soms een slechte dag, dat Hij er twee keer over moest doen?!!!Zo zou je het inderdaad kunnen zien.Het Grieks gebruikt twee verschillende woorden voor ‘oog’.Het eerste is to omma, de oogkas en het tweede ho ophtalmos, het oog. Dus eerst de oogkas, de achterkant van het oog en dan pas wordt het oog zelf geopend. Maar er wordt iets belangrijks gezegd in dat kleine verhaaltje, wat alles in een helder daglicht zet.Ziet u al iets?, vraagt Jezus nadat hij hem voor de eerste keer de handen oplegt.De blinde zegt dan: Ik kan mensen zien, maar het lijkt wel alsof ik bomen zie rondlopen. Dat hangt samen met die Psalm 1. Daarin worden rechtvaardigen voorgesteld als bomen. Die blinde man ziet een mooie wereld, waarin mensen rechtvaardig zijn, als bomen wandelend door de wereld, die goed is. Een té mooie wereld.Met zo’n wereldbeeld kom je onherroepelijk in de problemen, het is te naïef.Hij moet zich nog eens flink in de ogen wrijven. Voor hem moeten de ogen voor de tweede keer geopend worden, maar dan voor de bittere werkelijkheid van het bestaan. Hij moet scherp kunnen zien. Tot in de verte, staat er.Deze blinde man moet als het ware in korte tijd de hele ontwikkelingsgang van een pasgeborene tot een volwassen mens doormaken op kijk-gebied.Een baby heeft een zicht van 20 cm, peuters en kleuters kijken niet verder dan huis en haard, maar hoe ouder een mens wordt, des te meer zicht krijgt hij op de totale werkelijkheid, met alle bitterheid, onrechtvaardigheid, ellende enz. die daarin is.
- Slot
Drie dingen tot slot nog naar aanleiding van de drie schriftlezingen over het zien:
- Psalm 1: Het lijkt soms alsof de wereld er steeds beroemder uit gaat zien. Alsof er steeds meer onrechtvaardigen, om die zware term te gebruiken, rondlopen hier op aarde. Maar pas op voor zo’n pessimistische blik op de wereld. Wij leven niet in een oerwoud vol verkrachters en kindermoor-denaars of vol oplichters, stelers en helers, verslaafden, terroristen en wat er nog meer te noemen is aan slecht volk. Zeker, ze zijn er wel. Maar het is een vorm van optisch zelfbedrog om zo naar de wereld te kijken.
- Deutoronomium: Er zijn een hoop mensen waarvan, net als bij Mozes, de ogen geopend worden op cruciale momenten en die daar consequenties aan verbinden voor hun verdere levensloop, die aan de slag gaan, iets doen aan de nood, dichtbij of veraf, groot en klein, dat doet er niet toe. Wat telt is dat je de medemens in je eigen blikveld opneemt, ziet in plaats van alleen maar kijken. En met name zien vanuit het hart.
- En dan het verhaal van Marcus: soms zou je willen dat je je niet nog eens in de ogen hoefde te wrijven en dat de wereld eruit zag zoals de blinde man hem voor het eerst ziet, vol goede mensen, wandelend als bomen, zoals kleuters mensen tekenen: de zogenaamde kopvoeters, een hoofdje en hele lange benen. Maar zo is het helaas niet.
Geloven is misschien wel juist ook eens door de ogen wrijven om al het goede te kunnen zien. En daarvoor eindig ik weer met die woorden van Herman Wieringa:Je gelooft graag in de weerbaarheid, maar de weerbarstigheid is een tegenvaller. En dan beleef je het moment van de keuze. Ophouden met zoeken en rechtsomkeert maken of diep ademhalen en verder gaan. Nieuwe adem scheppen, lange adem, de langste adem.Dat is kiezen tegen het onbestaanbare heden en voor een betere toekomst. En alle kaarten op die toekomst zetten! We moeten vooruit kijken, in de verte kijken, zien of er ergens al een wereld daagt, waar mensen waardig leven mogen, en elk zijn naam in vrede draagt.Amen
Annemike van der Meiden, voorganger Purmerkerk en geestelijk verzorger Prinsenstichting
|