Thuis arrow Preek van de week
Samen op Weg Kerkgemeente Edam-Volendam
Preek van de Week

Zondag 29 augustus 2010
ds. Jurjen Fennema (Delft)

Lucas 12, 49-56     

Jeremia 23, 23-29

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Toen ik nog op de middelbare school zat, maakte ik mij geregeld zenuwachtig voor een proefwerk. Mijn moeder probeerde de druk van de ketel te halen met een uitspraak die volgens mij veel moeders gebruiken: "Jurjen, je kunt niet meer te doen dan je best". Dat klinkt logisch: wie naar beste kunnen presteert heeft het maximale uit zichzelf weten te halen. Meer zit er gewoon niet in.

Het was lief van mijn moeder dat ze mij moed wilde inspreken. Maar had ik wel echt mijn best gedaan? Had het toch niet beter gekund? En wát als mijn beste kunnen toch niet goed blijkt te zijn? Tja, dan krijg je een onvoldoende. En als het er steeds meer worden, dan blijf je zitten, of je moet een niveau lager. Met alle teleurstellingen en frustraties van dien. En dan maar hopen dat je met al die tegenslagen nog vers in het geheugen, niet opnieuw last krijgt van faalangst.

Zou het niet veel mooier zijn als er een school bestond zonder onvoldoendes, zonder zittenblijven en zonder niveaus? Ieder leerling volgt zijn eigen PKN (Persoonlijk Kennis Niveau). Op zo'n school hoef jij je nooit zenuwachtig te maken. Geen stok achter de deur van tekorten en onvoldoendes. Geen dreiging van zitten blijven of een niveau lager.

jf-29aug2010.jpgDe enige drijfveer is de eigen interesse van de leerlingen: "Zoek uit wat je weten wilt en leer wat je nodig hebt", dat krijg je dagelijks te horen. Op christelijke scholen staat een tekst uit Prediker 11: "Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen" (vs 9). Leerkrachten geven geen les, ze doceren niet, ze doseren advies en inspiratie, al naar gelang een leerling daar behoefte aan heeft of niet. Als leerling beoordeel je zelf of jij over een onderwerp genoeg aan de weet bent gekomen. Is dat zo, dan geef jij jezelf een genoeg of zelfs een pluim. Aan het eind van de school krijgt elke leerling een koffer mee: de kenniskoffer wel te verstaan vol met genoegens en pluimen. Wat denkt u? Zou het werken? Wat vinden middelbare scholieren in de kerk hiervan?

Ik vrees dat dit te mooi is om waar te zijn. Een mooie droom van het Nieuwe Leren of van een beleidsadviseur van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (zolang  dat nog bestaat). Maar tussen droom en daad staan gemak, plezier en veel hormonen.

'Louter prettige prikkelingen
die remmen de ontwikkelingen'.

 Leerlingen hebben ongrijpbare leerkrachten nodig die tegenover hun staan én tegelijk naast hun staan. Staan leraar en leerling alleen maar tegenover elkaar, dan worden zij gemakkelijk elkaars vijanden, waardoor leerlingen blokkeren en afhaken. Staan ze alleen maar naast elkaar dan zijn ze even goede vrienden, samen op de weg van de minste weerstand. Geen enkel probleem als dat de goede weg is. Maar als het de verkeerde weg is, dan moet er soms hard op de rem worden getrapt. Dan is het tijd voor pijnlijke ingrepen en zoeken naar de goede weg.

De passage die we vanmorgen uit het evangelie van Lucas hebben gelezen maakt deel uit van een openbare les aan zijn leerlingen en aan al de mensen die meer van hem willen weten. We komen er snel achter wat voor een leraar Jezus is. Want leuk is die les allerminst. Eerst krijgen de leerlingen te horen dat ze niet bang moeten zijn voor mensen die het op hun leven hebben voorzien: "Tegen jullie, mijn vrienden, zeg ik: wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot iets ergers in staat zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen. Ja, ik zeg jullie, wees bang voor hem!" (12,4-5). Anders gezegd, wil je Jezus volgen en hem dienen dan moet je bereid zijn om de dood onder ogen te komen. Maar dat is minder erg dan doodgaan en branden in de hel. Tja, wat moet je als leerling met zo'n boodschap? Je kunt geen kant op: dood ga je toch.

Laten we niet vergeten: Jezus leefde in oorlogstijd. Het land was bezet door de Romeinen. Iedereen snakt naar bevrijding, herstel van het koningschap van David. Maar hoe moet je dat doen? Goeie vraag. Wie het weet mag het zeggen. dat is het juist: niemand weet hoe dat moet. Israël in die dagen is een kruidvat. Er hoeft maar dít te gebeuren en de bom barst. De priesters en de farizeeën kiezen voor een slimme en praktische uitweg: "If you can't beat them, join them", vrij vertaald: "Als je ze niet kunt verslaan, ga dan een verbond met ze aan". Natuurlijk, zij moeten ook niets hebben van die goddeloze Romeinen, maar ze kunnen ook niet van ze winnen. Om nu te redden wat er nog te redden valt gooien ze op een gedoogakkoordje met de bezetter. Jawel, een gedoogakkoord!

Het werkt als volgt: de Romeinen gedogen de joodse godsdienst en geven gedoogsteun aan de priesters en de schriftgeleerden. Zelden waren zij zo machtig als in die tijd. Terwijl ze toch tot de verliezende partij behoren. Welnu, in ruil voor de gedoogsteun van de Romeinen doen de joodse leiders twee dingen: 1. ze houden zich gedeisd en prediken geen opstand én 2. -nog veel belangrijker- elke religieuze uitwas wordt door hun in de kiem gesmoord. Dus ook de beweging van die ene rabbi uit Nazaret, Jezus.

Jezus weet dat. Hij weet dat het voor de joodse leiders onmogelijk is om bij te draaien en zijn leer te volgen. Hij weet de dat de priesters en de schriftgeleerden met handen en voeten gebonden zijn, afhankelijk van de gedoogsteun van de Romeinen. Hij weet dat zij dat anders zien; zij zullen zeggen: "Wij willen die Romeinen ook niet, maar we proberen te redden wat er te redden valt: de tempel en de godsdienst". Dat mag dan zo zijn, de andere kant van het verhaal is: "Jullie zijn bezweken voor de macht. Daardoor  hebben jullie je principes naar de achtergrond geschoven". Ze hebben veel water bij de wijn gedaan. Water bij de wijn, dat smaakt niet alleen vies, wanneer je veel water bij de wijn doet, dan smaakt de wijn.... naar water.

Jezus weet dat allemaal. Aan dit soort pragmatische, machtspolitieke spelletjes wil hij niet meedoen. Het wederzijds gedogen van de joodse geestelijke leiders en de Romeinen kun je vergelijken met de leerling en de docent-als-vriend uit het voorbeeld dat ik zo even heb gegeven. Een leraar die wel naast-, maar niet tegenover de leerling staat, die bewandelt alleen maar de weg van de minste weerstand. Omwille van de lieve vrede praat de leraar-als-vriend de leerling liever naar de mond dan dat hij hem op de vingers tikt en confronteert met zijn fouten en gebreken. Daar schiet de leerling uiteindelijk niets mee op.

Welnu, tegen deze achtergrond moeten we de woorden van Jezus volgens mij begrijpen. In Lucas 12 ligt Jezus op ramkoers. Het is Jezus in tijden van oorlog: fel, gekweld, boos en strijdlustig.: als dreigende oorlogstaal om zijn leerlingen te waarschuwen en tegelijk op te laden. "Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! (...) Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen." (12, 49,51). Voor Jezus is vrede iets heel anders dan de lieve vrede. De lieve vrede die gaat de confrontatie uit de weg, laat de onderlinge verschillen onbesproken, omdat daar toch alleen maar narigheid van komt. Nee, de vrede van Christus is een duur bevochten vrede, een vrede met een hoge prijs, de hoogste prijs: de prijs van je leven. Jezus is bereid om die prijs te betalen. Niet omdat hij zo graag dood wil. Natuurlijk niet, maar als het moet, dan moet het. Het is immers oorlogstijd.

Ik vergelijk het met een soldaat aan het front: de soldaat weet dat hij, door zich in de strijd te werpen, het risico loopt om te worden neergeschoten. Natuurlijk, hij kan ook niet gaan, om het vege lijf te redden, de weg van de minste weerstand. Maar op de weg van de minste weerstand is er nog nooit een oorlog gewonnen. Oorlog vraagt om strijd, om boosheid, om felheid, om verontwaardiging, om een rechte rug, om principes.

 Juist in tijden van oorlog, in tijden van bezetting en van ballingschap die is het van het grootste belang dat die om jezelf niet te verliezen. Vroeg of laat verlies je jezelf wanneer je het op een akkoordje gooit met de bezetter, met de vijand om der wille van de lieve vrede. Wat betreft de eigen persoonlijke mening en geloof doe je zoveel water bij de wijn, dat die niet meer smaakt als wijn maar als water, Daarom, wil jij jezelf niet verliezen, dan moet je soms klare wijn schenken. En precies dát is wat Jezus hier doet.

Precies dat is wat de profeet Jeremia doet. Hij protesteert tegen al die vriendjes-profeten die de hoop op terugkeer naar Israël al lang hebben opgegeven en de ballingen adviseren om de weg van de minste weerstand te kiezen; dat wil zeggen om er maar het beste van te maken, omwille van de lieve vrede. Zo praten ze de ballingen naar de mond die de hoop hebben opgegeven. Want hoop maakt alleen maar onrustig, het wekt een verlangen naar iets dat toch niet komt.

Jeremia weet dat hij alleen staat: een roepende in de woestijn. Maar hij geeft het niet op. Hij voelt zich gesteund door een God die niet alleen naast de mensen staat maar ook tegenover ze staat. Want een god die alleen maar je vriend is, dat is een god-in-zakformaat.  En Jezus die alleen maar je vriend is, is niet meer dan een jaknikker.

Wanneer het niet goed met je gaat, als je verkeerd bezig bent, dan schiet je weinig op met een drieënige vriend. Juist dan heb je ook een God nodig die totaal anders is, die tegenover je staat en jou de mantel uitveegt, die kritiek op je heeft en die je op de vingers tikt en die tegen je zegt: "Als het beste niet goed genoeg is, nou, dan zul je een tandje bij moeten schakelen en nog beter je best moeten doen".

Gemeente, wat doen wij als gelovige, als kerk met de harde woorden van Jezus? Ik denk dat het goed is dat wij een God hebben die kritisch tegenover ons staat. Daardoor ga jij jezelf kritische vragen stellen:

- Schenken wij als kerk nog wel klare wijn?

- Hebben wij voldoende pit, zijn wij fel en gedreven genoeg?

- Doen we  ten aanzien van ons geloof niet teveel water bij de wijn?

Wat merken de mensen van ons, als kerk, als gelovige? Wij zijn er trots op wanneer zij zeggen: (op z'n Amsterdams!) "Ach, die gelovigen, 't zijn eigenlijk hele gewone mensen. En die kerk is een knusse club geworden die leuke dingen doet voor de mens. Best wel aardig of zo. En God is tegenwoordig ook niet meer zo boos was vroeger, dus zo erg is het nu ook weer niet. Grappig eigenlijk: vroeger had je een boze God en volle kerken, nu heb je een lieve God met lege kerken. Ik zeg maar zo, of je nu wel of niet gelooft, maakt 't uit. Als je je best maar doet. Toch?!

Amen.

 
< Vorige   Volgende >
Copyright © 2002-2010 "Kerkgemeente Edam". Alle rechten gereserveerd. V 2.5
Powered by LocutusWeb.