|
Zaterdagavond 31 december 2011
Ds. Chr. Koldewijn (Badhoevedorp)
Romeinen 8: 18 t/m 25
Prediker 3: 1 t/m 15
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Oudjaar kunnen we op de kerkelijke kalender nergens vinden...
Het enige wat er een beetje op lijkt is eeuwigheids zondag.
De laatste zondag van het kerkelijke jaar, waarop de namen klinken van hen, die ons zijn voorgegaan...
Het kerkelijke jaar en de gangbare tijdrekening zijn twee verschillende zaken...
Toch hebben beiden het over tijd...
Prediker heeft het over tijd, Paulus heeft het over tijd, wij hebben het over tijd...
Voordat we naar Prediker en Paulus toegaan, lijkt het mij verstandig met elkaar af te spreken, wat we eigenlijk onder tijd verstaan...
Als dat zoiets is als uren, dagen, maanden, jaren, dan hebben we het over de tijd, die ingedeeld is aan de hand van de omwenteling van ons hemellichaam rond de zon en die van de maan rondom de aarde...
Dat is maar heel betrekkelijk, want als we op Mars zouden leven, dan heeft een jaar 780 aardse dagen...
De indeling van tijd is niet hetzelfde als de tijd zelf...
Er bestaat namelijk ook zoiets als relatieve tijd...
Als wij zeggen, dat we ergens geen voor tijd hebben, bedoelen we in wezen, dat we iets anders belangrijker vinden...
Zo heeft het begrip tijd vele kanten...
Als we met Oudjaar in de kerk bij elkaar komen, dan heeft dat iets met onze kalender te maken. Wij zitten daaraan vastgeklonken…
We zijn in een bepaald jaar geboren en als we overlijden staan beide data op een rouwkaart of een grafsteen...
Het zijn afspraken, die we met elkaar hebben gemaakt...
Maar wat is tijd, wat leef-tijd? Nog even en we zijn in Anno Domini, het jaar onzes Heren, 2012.
Op zich zegt dat niets, want wat er is, was er al lang en wat zal komen, is er altijd al geweest…
Wat dat betreft heeft Prediker gelijk, als hij zegt, dat er op die manier niets nieuws onder de zon is...
Alleen onze biologische klok kent het verschil wèl...
Door het voortschrijden van de tijd verschuift de blik op je omgeving...
Je ondergaat levensfasen, waarbij hoeveelheid vervangen wordt door intensiteit...
Snel en oppervlakkig, door wat trager en diepgaand...
De Bijbel stelt voor, om tijd te koppelen aan wat er in die tijd plaatsvindt...
Zo spreekt de Bijbel over de voortijd, waarin er nog reuzen op aarde rondliepen: Genesis 6, en over de tijd van de aartsvaders, Abraham, Izaäk en Jacob. De tijd van de slavernij in Egypte, de tijd in de woestijn, en later de tijd van de ballingschap. Tijd wordt gekoppeld aan de gebeurtenissen, die zich daarin afspelen...
Eigenlijk doen wij dat ook...
De tijd, die ons gegeven is...
Dat is de tijd, waar ik het vanavond over wil hebben en waarvan ik denk, dat het daar om gaat...
Of die tijd betrekkelijk lang is of kort, is op zich niet eens zo belangrijk…
Oud of jong, het moment van afscheid is altijd hetzelfde en onomkeerbaar. Waar het om gaat, is de invulling van de tijd. Daar moeten we steeds opnieuw keuzes voor maken. De uitroep: Ik heb geen tijd, bewijst dat...
Je kunt tijd namelijk maar één keer uitgeven...
Het is dan zaak in de agenda's te staan van de mensen, waar je je leven mee wilt delen...
De roep om de aandacht van de ander, heeft altijd te maken met een beroep op zijn of haar tijd... Hoe besteed ik mijn tijd, is dan ook een vraag, die rechtstreeks verband houdt met het geluk van mensen…
We hebben het niet voor niets over zinvolle tijdsbesteding...
De tijd, die in beslag wordt genomen van degene, die daar een andere bestemming voor had, is gestolen...
De tijd aan een ander gegeven, die daar niet op had gerekend, een cadeautje…
Tijd is dat, wat je doet, wat je meemaakt en waar je op reageert...
Tijd op zich is eigenlijk helemaal niets...een willekeurige afspraak...
De invulling van de tijd, bepaalt de tijd, is de tijd...
Wie er alleen op uit is, om de tijd te doden, wordt er zelf door gedood...
Die leeft niet...
Als Prediker tijd koppelt aan allerlei zaken, die aan het leven vastzitten, dan benoemt hij de tijd, door te zeggen wat daarin gebeurt.
Een tijd om te baren, en een tijd om te sterven.
Een tijd om te planten, en een tijd om te rooien.
Een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.
Een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
Een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren...
Zo gaat hij maar door, waarbij het wel opvalt, dat het ene afhankelijk is van het andere...
Je kunt nu eenmaal pas verdrietig zijn, als je dat niet altijd bent geweest... Hoe zou je het anders kunnen opmerken en benoemen als verdriet? Zo valt er pas iets op te bouwen, als het eerst op een bepaalde manier is afgebroken Het één bestaat bij de gratie van het ander...
Waar het om gaat, is de invulling…
Daarbij moeten we beseffen, dat wij het zelf zijn, die dat zo ervaren...
Het is onze tijd...
We zijn mensen, die met een enkele reis op zak in een trein zitten, die maar één kant opgaat…
De wissels, die we nemen, komen nooit terug...
We snellen langs de rails van de tijd, zonder dat we daar ons altijd bewust van zijn. We denken zelfs, dat wij het zijn, die stil staan en dat de tijd voorbijgaat…
Dan hebben we ons zelf als vast punt aangenomen...
Dat is ook de positie van Prediker. Hij schouwt de situatie om zich heen en kan er geen verband, geen zin aan ontdekken. Alles is ijdelheid, zegt hij dan ook...
Pas als het tot ons doordringt, dat niet alleen alles wat we waarnemen beweegt, maar ook de trein, waar we inzitten, dan gaan we op zoek naar een ander vast punt. Als ook wij overtuigd zijn, dat wij allemaal deel uitmaken van alles, wat komt en gaat, dan zijn we rijp naar iets uit te zien buiten onszelf... Als we zo loskomen van de eigen waarneming, krijgen we ruimte voor een iets dat van buiten op ons afkomt...
De Bijbel reikt ons dat aan in het geloof, de hoop en de liefde, die alle tijdsgrenzen overschrijdt...
Weet u…alles wat wij vanuit onszelf waarnemen, is aan tijd en plaats gebonden…
We kunnen het alleen benoemen door wat we in die tijd hebben ervaren…
De tijd vóór je trouwen, en soms ook die erna, de tijd voordat moeder overleed, de tijd van je jeugd, je schooltijd, de tijd van je pensioen…
De mens komt en gaat...
Geschapen in de tijd, die ophoudt als zijn of haar tijd voorbij is…
De mens kan daar aan ontkomen door een relatie aan te gaan met de Schepper aller dingen...
Het schepsel is dan geborgen is bij zijn Schepper...
Dat gebeuren ontrekt zich aan elk wetenschappelijk waarnemingsvermogen... Dat is maar goed ook...
Anders maakten we daar meteen een softwarepakket van...gebruiken het ten eigen bate...en dan zijn we precies terug, waar we begonnen: bij onszelf. Bij onze tijd, die komt en gaat... Als we God als baken hebben, als vast punt in ons bestaan, dan wordt dat anders...
We maken dan deel uit van het universum, dat in beweging is ergens naar toe...
Alle onzekerheden in ons leven zijn dan wat ze zijn: tijdelijk en betrekkelijk... Wijzelf zijn geborgen in Gods liefde, die alle wijsheid te boven gaat, ook die van Prediker. Tijd zegt iets van hoe wij die tijd besteden en zegt daardoor wat van onszelf...
We zeggen vaak, dat de tijd zo snel voorbijgaat, maar zijn wij het niet die voorbijgaan, en maakt de tijd niet deel uit van de eeuwigheid?
En is God niet verbonden met onze eeuwigheid?
Paulus zegt het zo: De schepping op zich is zinloos...een wereld, waarin alles zijn plaats heeft en zijn uur...en waar alles in beweging is...
Waar je vanuit jezelf dan ook geen zin aan kunt ontdekken…
Je komt dan aan uitspraken, dat de zin van het leven, het leven zelf is, waardoor alles in een cirkeltje ronddraait...
Een schepping in barensnood...
Gods kinderen worden verlost van die zinloosheid, omdat God er zin aan geeft...
Bij Hem krijgt het doel en zin..
In dat geloof, vanuit die hoop zijn we behouden...
We kunnen het alleen niet met onze ogen waarnemen...
Maar hoe kunnen we hopen, op wat we al zien?...
Als we echter hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we verwachten met volharding…
De vraag is dan ook niet, hoe wij onze tijd zinvol besteden...
Maar hoe wij in relatie met de Heer, daar zin aan kunnen geven...
Door tijd te geven aan onze medemensen, aandacht en bijstand…
Door ons zo open te stellen voor Zijn bedoeling met ons, kunnen wij onze tijd plaatsen in Zijn eeuwigheid...
Amen.
|