Pagina 2 van 4
De gereformeerde kerk
De kleine geloofsgemeenschap die zich in 1847 afscheidde van de Nederlands Hervormde Kerk kwam aanvankelijk bijeen in het huis van één van de oprichters. Het geld dat men bijeen bracht ging op aan de eredienst. Later, toen de gemeente groeide, hadden predikant en pastorie prioriteit boven een eigen kerkgebouw. Omdat de kerk nog niet de officiële erkenning van koning Willel II had, mocht men trouwens geen geld lenen en kon men niets kopen. Die erkenning kwam pas in 1870. Voordien huurde men. Zo kerkt men tussen 1863 en 1867 in een woning aan de Grote Kerkstraat (vermoedelijk nr. 34), gedurende die tijd woont daar oon een ouderling/voorganger met zijn gezin. In 1867 huurt men van een gemeentelid een huis aan de Voorhaven (70/71). Voor de bijeenkomsten vraagt en krijgt men toestemming van de pastoor omdat de kerkzaal te dicht bij de Rooms-Katholieke kerk ligt. Het ledental is dan gegroeid tot 41. In 1873 wordt dit pand, dat in de volksmond bekend wordt als de "klompenkerk", gekocht. In 1891 is het dan zover. Op de hoek van de Achterhaven en het Groenland wordt een pand mer erf verkregen. Daarmee verwerft men niet alleen een ruime kosterswoning, maar ook grond om te bouwen. De tekeningen van ouderling P. Groot liggen al klaar. De bouw wordt aanbesteed voor f. 4980,- (€ 2265,-) een in een recordtijd van 3 maanden voltooid. Het aantal leden is inmiddels 106. De fraaie preekstoel is afkomstig uit een klooster in Amsterdam.
Dit gebouw is thans nog steeds in gebruik. In de loop van de vorge eeuw is de kerk diverse malen gerepareerd en gemoderniseerd. De laatste zeer ingrijpende restauratie vond plaats in 1972. Inmiddels is het gebouw uitgebreid met een jeugdhuis (1968) en vergaderruimten (1982). De kosterswoning die in zeer slechte staat verkeerde is afgebroken.
|
||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|




