Pagina 4 van 6
Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Edam-Volendam-Zeevang
Met de bevestiging van een ouderling (met preekconsent) en een diaken op 11 november 1847 steld ds. J. Nentjes uit Urk de ambten in een gemeenschap bestaande uit enkele gezinnen, die kort daarvoor de Nederlands Hervormde Kerk hadden verlaten en institueert daarmee de gemeente, die zich aansluit bij de Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerken. De kerk is klein, haar grondgebied reikt echter van Waterland tot aan Hoorn. De classis waaronder Edam valt telt slechts zes gemeenten. In 1891, de gemeente is dan inmiddels gegroeid naar 106 leden, bouwt en betrekt de gemeente een eigen kerkgebouw. In 1892 sluit men zich aan bij het SoW-proces van de negentiende eeuw, de nieuwe Synodaal Gereformeerde Kerken in Nederland. Edam wordt benoemd tot samenroepende kerk in een nieuw gevormde classie.
Welgesteld is Edam niet geweest. Pas in 1974, met name als gevolg van stadsuitbreiding en de komst van jonge gezinnen, is Edam na honderd jaar niet langer hulpbehoevend. Toch blijft het een kandidaatsgemeente, die na vertrek van de dominee naar een andere gemeente enig tijd nodig heeft om financieel weer op adem te komen. Met de komst van nieuwe leden van buiten komt, gestimuleerd en begeleid door jonge predikanten, het gemeenteleven in een stroomversnelling en ontwikkelt de gemeente zich in de jaren zeventig tot een levende, orthodoxe, maar beslist niet conservatieve gemeente. Dit proces heeft zich in de decennis daarna voortgezet naar een ruime, confessionele gemeenschap.
|
||||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|




